Statuten Algemene bepalingen
Bijdragen
Beheerraad
Commissies
Bondssecretaris
Penningmeester
Aanvaarding, ontslag,
uitsluiting, overgangen

Algemene vergadering
Bepalingen allerhande
Technisch
reglement
Spelerskaart  
Gemiddelde  
Herzieningen Nieuwe spelers
Andere spelers
Promoveren tijdens het seizoen
Gemiddelde aan het
seizoen-einde

Categorieën en
handicappunten

Tabellen

 
De
kampioenschappen
De
competitie
Inrichting
Inschrijving
Kalender
Punten en rangschikking
Prijzen
De individuele
kampioenschappen
Inrichting
Inschrijving
Reeksindeling en promoveren
Puntensysteem en klaasment
De
bekertornooien
Bepaling  
Tornooien ingericht door de bond  
Tornooien ingericht door de clubs Inrichting en deelname
Inschrijving
Inschrijvingen en prijzen
Gemiddelde en herziening
Minima en speelwijze
Beknopt verslag
Sancties    
Wedstrijd- en scheidsrechters-reglement Wedstrijd-reglement Algemene benodigdheden
Ploegen, aanvangsuur,
wachttijd

Verloop van de partij
Speelwijzen
Vrij spel
Kaderspel
Overband
Drieband
Scheidsrechters-reglement De scheidsrechter
Wie?
Rechten / plichten
Speciale gevallen
van arbitrage
Vastliggende en
uitspringende ballen
Rechten / plichten
van de spelers

Rechten / plichten
van de schrijver
Bijlagen Wisselbeker van de K.N.L.B.B.
Beker van de Verstandhouding
Model van Sponsoringscontract
 


1. STATUTEN

1.1. ALGEMENE BEPALINGEN

Er is gesticht te Neerpelt, op 26 april 1929, een vereniging van biljartclubs onder de naam “Noord-Limburgse Biljartbond”, aan dewelke in april 1979 bij Koninklijk Besluit de titel van ‘Koninklijke’ werd toegekend.
De vereniging zal verder genoemd worden “Koninklijke Noord-Limburgse Biljartbond” ( K.N.L.B.B. ).

Art. 2
Het doel dat de bond betracht is, de uitbreiding en de aanmoediging van het biljartspel, het inrichten van competitiewedstrijden, tornooien, individuele kampioenschappen, enz.

Art. 3
De bond bestaat uit aangesloten leden. Ereleden zijn deze die de bond rechtstreeks steunen met een minimumbijdrage bepaald door de Beheerraad.

Art. 4
Iedere club maakt vóór 15 juni haar Ledenlijst voor het volgende seizoen over aan de bondssecretaris. Nieuwe leden kunnen per uitzondering later toegevoegd worden.

Art. 5
Slechts na inschrijving bij de bondssecretaris en de overhandiging van het spelersboekje kunnen de spelers deelnemen aan de officiële wedstrijden.

Art. 6
De bond bepaalt jaarlijks in het Technisch Reglement de voorschriften volgens dewelke competitiewed­strijden, tornooien, individuele kampioenschappen, enz. zullen gespeeld worden.

Art. 7
De bond behoudt zich het recht voor zijn werking uit te breiden naarmate het nut en het gepaste ogenblik zich voordoen.

Art. 8
De K.N.L.B.B. kan niet ontbonden worden zolang er drie aangesloten clubs zijn.

1.2. BIJDRAGEN

Art. 11
De aangesloten clubs betalen een jaarlijkse bijdrage, deze kan indien nodig door de Alg. Vergadering gewijzigd worden en moet vóór 25 augustus betaald worden.

Art. 12 Als de verschuldigde bedragen binnen een maand na ontvangst ( postdatum ) van de rekening niet voldaan zijn, wordt het verschuldigde bedrag verhoogd met 10 procent. De kosten van het aangetekend schrijven vallen ten laste van de betreffende club.

1.3. DE BEHEERRAAD

Art. 21
Zijn stemgerechtigde leden van de Beheerraad: de voorzitter, de ondervoorzitter en de voorzitters van de onderscheiden Commissies.

Art. 22
De erevoorzitter, de eresecretaris, de bondssecretaris, de technische secretaris en de penningmeester maken deel uit van de Beheerraad, maar enkel met adviserende stem.

Art. 23
Leden die in twee of meerdere Biljartbonden spelen, kunnen maar in één commissie of in één beheerraad van één bepaalde Biljartbond zetelen.

Art. 24
De duur van de mandaten is als volgt vastgelegd:
- De voorzitter: 3 jaar.
- De ondervoorzitter: 3 jaar.
- Leden: wanneer zij ophouden voorzitter te zijn van hun Commissie.

Art. 25
Uittredende leden zijn herverkiesbaar. Alle mandatarissen zullen nochtans de uitoefening van hun man­daat blijven waarnemen tot op de dag waarop hun vervanging statutair voorzien is.

Art. 26
Elk mandaat dat vacant wordt ingevolge ontslag of overlijden, mag door een besluit van de Beheerraad van een titularis voorzien worden. Deze benoeming moet op de eerstvolgende bijeenkomst van de Algemene Vergadering worden goedgekeurd. De benoemde titularis voleindigt het mandaat van zijn voorganger.

Art. 27
De Beheerraad is bekleed met de meest uitgebreide bevoegdheid om alle daden te verrichten die niet door de statuten aan de Algemene Vergadering zijn voorbehouden. Hij kan onder meer onderhandelen, dadingen en compromissen aangaan, alle eigendommen van de bond vervreemden of ruilen, alle leningen opnemen.

Art. 28
De Beheerraad zal, telkens hij het gepast oordeelt, eigenmachtig optreden als bemiddelaar in alle geschillen en betwistingen, ontstaan in de Commissies of tussen Commissies onderling, en dat op elk niveau.

Art. 29
Wanneer het algemeen belang of principekwesties in het gedrang zijn, zal de Beheerraad deze geschil­len en betwistingen tot zich trekken en er een einde aan maken door een soevereine en uitvoerbare beslissing.

Art. 30
De Beheerraad zal ook alle disciplinaire straffen kunnen annuleren, wanneer na onderzoek geoor­deeld wordt dat de beslissingen in strijd zijn met het hoger belang van de biljartsport in zijn geheel en van de K.N.L.B.B. in het bijzonder.

Art. 31
Opdat de Beheerraad geldig zou kunnen beslissen, is het noodzakelijk dat de helft plus 1 ( één ) der stemgerechtigde leden aanwezig zijn.

Art. 32
Indien bij de tweede reglementaire bijeenroeping van de Beheerraad de stemgerechtigde leden niet in voldoende mate aanwezig zijn, beslist hij geldig op de zitting van de tweede bijeenroeping, voor de zaken die tweemaal op de dagorde voorkwamen, ongeacht het aantal stemgerechtigde aanwezigen.

1.4. DE COMMISSIES

Art. 41
Er bestaan 4 commissies:
- de Technische en Scheidsrechterscommissie.
- de Sportcommissie.
- de Financiële Commissie.
- de Beroepscommissie.
Samenstelling van de Commissies:
1. Elke commissie bestaat uit vijf leden. Deze worden gekozen uit de door de aangesloten clubs voorgestelde kandidaten ( behoudens de beroepscommissie ).
2. Nochtans mag één club in éénzelfde commissie slechts door 1 lid vertegenwoordigd zijn, behalve indien er te weinig kandidaten zijn.
3. Het voorstel van de Beheerraad inzake de samenstelling van de Commissies wordt aan de Algemene Vergadering ter goedkeuring voorgelegd.

Art. 42
Het mandaat van de leden van de Commissies is vastgesteld op twee jaar. Elke commissie kiest uit haar leden een voorzitter en tevens een plaatsvervangend voorzitter. De voorzitter van elke commissie is stemgerechtigd lid van de Beheerraad.

Art. 43
Het reglement van inwendige orde, goedgekeurd door de Beheerraad, bepaalt ieders bevoegdheid en werking.

Art. 44
De Technische en Scheidsrechterscommissie is belast met:
1. Het uitwerken van speelwijzen.
2. De controle van de biljarts en het bijbehorend materiaal.
3. Het opleiden van scheidsrechters.
4. Het afnemen van examens van scheidsrechters.
5. Het eventueel aanduiden van scheidsrechters voor finales op verzoek van de clubs.
Deze Commissie maakt haar voorstellen over aan de Beheerraad, die ze aan de goedkeuring van de Algemene Vergadering onderwerpt.
De Technische en Scheidsrechterscommissie kan echter soeverein beslissen over aangelegenheden die de spelreglementen betreffen.

Art. 45
De Sportcommissie heeft als taak te onderzoeken en te beboeten:
1. Klachten.
2. Onregelmatigheden.
3. Het niet toegepast worden van de reglementen.
4. Gevallen van onsportiviteit, die de bond kunnen schaden.

Art. 46
De Financiële Commissie is verantwoordelijk voor de financiële toestand, controleert de inkomsten / uitgaven en maakt elk jaar de begroting op voor het volgende seizoen.

Art. 47
De Beroepscommissie bestaat uit:
1. De voorzitter van de K.N.L.B.B., die als voorzitter fungeert.
2. Twee gewezen beheerraadsleden, voorgesteld door de Beheerraad en ter goedkeuring voorge­legd aan de Algemene Vergadering.
De Beroepscommissie behandelt uitsluitend de betwistingen tegenover de beslissingen van de Sport­commissie.
De beslissing van de Beroepscommissie is onherroepelijk.

1.5. DE BONDSSECRETARIS


Art. 51
De bondssecretaris vervult de hem door de Beheerraad opgelegde taken.
Deze omvatten:
1. Het verzenden van de dagorde van de Algemene Vergadering aan elke voorzitter van de clubs.
2. Het opmaken van verslagen van vergaderingen van de Beheerraad en van de Algemene Vergade­ringen.
3. Het opmaken van de verslagen van de verschillende wedstrijden, plus de telling van de gemid­delden.
4. Het opmaken van de spelerskaarten.
5. Het ontvangen van alle briefwisseling en het onmiddellijk beantwoorden van de zaken die geregeld zijn bij de reglementen of die daaruit voortvloeien.
6. Alle administratieve beslissingen die de bond aanbelangen.
7. Het bijwonen, zonder stemrecht, van alle zittingen van de Beheerraad en de Algemene Vergaderingen.
8. Waken over de uitvoering van alle verplichtingen van de clubs en de strikte toepassing van de statuten en reglementen van de K.N.L.B.B.
9. Het bewaren en bijeenhouden van het archief van de K.N.L.B.B.
De secretaris heeft geen stemrecht in de vergaderingen.
Hij ontvangt jaarlijks een vergoeding die door de Beheerraad wordt bepaald.

Art. 52
1. De bondssecretaris kan worden bijgestaan door een technische secretaris in de verschillende taken van het secretariaat, dit in onderlinge afspraak.
2. De technische secretaris woont de vergaderingen bij van de Beheerraad, van de Algemene Vergadering en van de Technische en Scheidsrechterscommissie, dit met informerende en adviserende bevoegdheid.
3. Hij ontvangt jaarlijks een vergoeding die door de Beheerraad wordt bepaald.

1.6. DE PENNINGMEESTER


Art. 61
De penningmeester houdt het kasboek. Hij doet alle financiële verrichtingen die de bond aanbelangen. Hij woont de vergaderingen bij van de Financiële Commissie, waarvan hij de verslagen opmaakt.

Art. 62
De penningmeester ontvangt jaarlijks een vergoeding, die door de Beheerraad wordt bepaald.

1.7. AANVAARDING, ONTSLAG, UITSLUITING, OVERGANGEN


Art. 71
Clubs, clubleden en individuele leden kunnen door de Algemene Vergadering aangenomen of geweigerd worden. De Algemene Vergadering moet nochtans haar beslissing motiveren.

Art. 72
De statuten en reglementen van de clubs moeten beantwoorden aan de statuten en reglementen van de K.N.L.B.B. Clubs die wensen aan te sluiten bij de K.N.L.B.B., moeten daartoe een schriftelijke aanvraag indienen bij de bondssecretaris, die deze aanvraag overmaakt aan de Beheerraad.

Art. 73
Een nieuwe club moet, om te kunnen worden aangenomen, deze aanvraag indienen vóór 1 juni. Een stemming van de Algemene Vergadering beslist over het al dan niet aannemen van de aanvragen­de club.

Art. 74
Elke bestaande of te stichten club kan bij de K.N.L.B.B. aansluiten, mits zich aan de bestaande statuten en reglementen te onderwerpen.

Art. 75
In iedere gemeente waar reeds een club van de K.N.L.B.B. bestaat die 20 leden of minder telt en die op een afstand van minder dan 2 km gelegen is van de club die een aanvraag indient, zal de oprichting van een volgende of nieuwe club niet worden toegestaan.

Art. 76
Bijzondere gevallen met betrekking tot de aansluiting of stichting van een nieuwe club zullen beslecht worden door de Algemene Vergadering op advies van de Beheerraad.

Art. 77
De schorsing van een club of haar leden kan door de Algemene Vergadering uitgesproken worden tegen wie zich schuldig maakt aan een ware overtreding van het reglement of aan daden die de Bond ernstig kunnen schaden.

Art. 78
Uitsluitingen uit de K.N.L.B.B. vallen onder de bevoegdheid van de Algemene Vergadering.

Art. 79
Alle ontslagnemingen moeten schriftelijk overgemaakt worden aan de K.N.L.B.B.

Art. 80
lederen wijziging die zich voordoet in de clubfuncties LOKAAL, EEN BESTUURSLID, ENZ.... hetzij door een sterfgeval, ontslag of om eender welke reden, moet binnen een termijn van veertien dagen meegedeeld worden aan de bondssecretaris.
Tussen I juli en de aanvang van de competitie zijn veranderingen in bovengenoemde functies onmogelijk. In geval van overmacht berust de regelende, bemiddelende alsook de beslissende bevoegdheid bij de Beheerraad, zonder in enig opzicht ten overstaan van wie of welke instantie ook tot verantwoording verplicht te zijn ( wijziging van Artikel bij beslissing van de Algemene Vergadering van 03-05-1991 ).

Art. 81
Eisen en klachten van ongegronde, kwetsende of onredelijke aard kunnen door de commissie die ze zal behandelen met een disciplinaire straf beboet worden.
Een klacht moet schriftelijk bij de bondssecretaris ingediend worden ( met de post of per e-mail ) ten laatste drie werkdagen na de feiten ( indien per post is de postdatum geldend ). Een kopie ervan moet door de bondssecretaris gestuurd worden naar de voorzitter van de Sportcommissie.
De speler tegen wie een klacht wordt neergelegd, kan zich voor zijn verdediging laten bijstaan door een afgevaardigde van zijn club. Bij een officiële klacht is de Sportcommissie altijd verplicht al de betrokken partijen uit te nodigen.

Art. 82
De spelers die overkomen van andere bonden, moeten aan hun nieuwe club een getuigschrift of lidkaart van hun vorige club voorleggen, vermeldend het laatst gespeelde gemiddelde.
De clubsecretaris moet deze documenten samen met de nieuwe spelerslijst, overmaken aan de Bondsse­cretaris. De beslissing over de te spelen punten wordt genomen door de Technische en Scheidsrechters­commissie.

Art. 83
Nieuwe spelers
Indien zich tijdens het seizoen een nieuwe speler aanmeldt bij een club, dient deze de Bondssecretaris daarvan op de hoogte te stellen. Deze levert een lidboekje en/of spelerskaart af, vanaf welk ogenblik deze speler mag spelen. De nieuwe speler zal bijgevoegd worden op de eerstvolgende te verschijnen spelerslijst.

Art. 84
Om van club te mogen veranderen heeft een speler de schriftelijke toestemming nodig van de club die hij verlaat.
De overgang van spelers kan geweigerd worden, wanneer de speler financieel of materieel niet in orde is met deze club.

Art. 85
Wanneer een speler de toestemming krijgt voor de overgang naar een andere club, moet hij zijn aan­sluiting laten regulariseren door zijn nieuwe club.

Art. 86
Overgangen zijn slechts toegelaten tussen de afsluiting van het voorbije seizoen en 15 juni.
Overgangen gedurende het seizoen zijn niet toelaatbaar tussen clubs van de K.N.L.B.B.

Art. 87
Wanneer een club weigert de overgang van een speler toe te staan, kan de betrokken speler het geschil voor de Sportcommissie brengen.
De aanvragen dienen schriftelijk te gebeuren.

Art. 88
Wanneer een lid door zijn clubbestuur geschrapt wordt, behoort hij niet meer tot de K.N.L.B.B en mag hij tijdens dat seizoen geen enkele officiële wedstrijd meer spelen. De overgang naar een andere club is toegelaten als voldaan wordt aan alle betreffende reglementpunten.

1.8. DE ALGEMENE VERGADERING

Art. 101
De Algemene Vergadering vertegenwoordigt de K.N.L.B.B. Zij is regelmatig samengesteld als de helft plus.1 ( één ) van de leden aanwezig is.

Art. 102
De Algemene Vergadering bestaat uit de voorzitter van elke club en de leden van de Beheerraad. Alleen de voorzitter of de ondervoorzitter of de secretaris van de clubs worden tot de Algemene Verga­dering toegelaten. De niet-stemgerechtigde leden van de Beheerraad zijn evenmin stemgerechtigd in de Algemene Vergadering.

Art. 103
Het bijwonen van de Algemene Vergadering is verplicht. Afwezigheid of te laat koming wordt beboet.

Art. 104
De Algemene Vergadering bestuurt de K.N.L.B.B. Zij bezit de meest uitgebreide macht tot het goedkeu­ren en uitvoeren van handelingen die de bond aanbelangen.

Art. 105
De Algemene Vergadering kan zijn bevoegdheden overdragen aan de Beheerraad. Nochtans behoudt zij zich het recht voor om zelf de volgende beslissingen te treffen:
1. De benoeming van de leden van de Beheerraad.
2. De benoeming van ereleden.
3. De goedkeuring van het financieel verslag.
4. De uitsluiting van leden of clubs, voorgesteld:
a. Door de Beheerraad, gebruik makend van zijn bevoegdheid.
b. Door de Beheerraad, op voorstel van de bevoegde Commissie.
5. De wijziging en goedkeuring van de statuten.

Art. 106
De Algemene Vergadering wordt bijeengeroepen per brief of per e-mail, waarin de dagorde vermeld is, ten minste één week vóór de vastgestelde datum.

Art. 107
De door de Algemene Vergadering getroffen beslissingen, alsmede benoemingen zullen aan de aangesloten leden worden meegedeeld door middel van een verslag, dat opgezonden wordt aan alle leden van de Beheerraad, de voorzitters van de clubs en de clublokalen.

Art. 108
De eerste bijeenkomst van de Algemene Vergadering is een statutaire vergadering. Ten minste 2/3 (twee derden) van de stemgerechtigde leden moeten aanwezig zijn opdat geldig zou kunnen worden gestemd.

Art. 109
Bijkomende zittingen van de Algemene Vergadering dienen schriftelijk te worden aangevraagd aan de Heer Voorzitter. Deze aanvraag dient de te behandelen punten te vermelden. De voorzitter beslist over de noodzakelijkheid van de aanvraag of verwijst naar de desbetreffende Commissie.

Art. 110
Buitengewone bijeenkomsten van de Algemene Vergadering kunnen door de voorzitter of de meerder­heid van de leden van de Beheerraad worden bijeengeroepen.

Art. 111
Om op de dagorde van de zitting van de Algemene Vergadering te worden vermeld, moeten de voorstel­len aangenomen zijn door de Beheerraad, of uit een vergadering van een commissie komen. De voorzitter en de bondssecretaris kunnen punten vermelden die noodzakelijk geacht worden.

Art. 112
De stemmingen geschieden per stembrief of bij handopsteken. De gewone beslissingen worden genomen bij een volstrekte meerderheid van stemmen ( de helft plus 1 ). Wijzigingen aan de statuten vereisen echter een meerderheid van 2/3 ( twee derden ) van de stemmen.

Art. 113
De regelmatig genomen beslissingen zijn geldig voor alle leden.

Art. 114
De geheime stemming kan door de voorzitter van de vergadering of op verzoek van 1 lid van de Algemene Vergadering worden geëist.

1.9. BEPALINGEN ALLERHANDE

Art. 122 - Sponsoring
Het is de clubs van de K.N.L.B.B. toegelaten vergoedingen te ontvangen in ruil voor het dragen van publiciteit.

Art. 123
Clubs die een punt door een commissie willen behandeld hebben, moeten dat ten minste een week vóór de vergadering aan de voorzitter van de betreffende commissie hebben overgemaakt.

De wijzigingen en verbeteringen aan deze Statuten en Reglementen werden goedgekeurd door de Algemene Vergadering van 01 september 2016.

De Bondsvoorzitter,  Chrétien Janssen
De Technische Secretaris,  Jan Van Helden
De Bondssecretaris,  Van Den Broeck Alfons

 


2. TECHNISCH REGLEMENT

2.1. SPELERSKAART, GEMIDDELDE, HERZIENINGEN, CATEGORIEËN en HANDICAPPUNTEN

2.1.1. DE SPELERSKAART

2.1.1.1. ALGEMEENHEDEN

Art. 201
Voor elke speler bestaat er een spelerskaart. Op die kaart staat het lidnummer, despelersnaam, de clubnaam en de te spelen punten vrij spel / kader, overband en drieband. Vóór de aanvang van het seizoen krijgt de speler zijn spelerskaart van de Bondssecretaris. Indien er niets verandert is aan de te spelen punten, behouden de spelers hun oude spelerskaart.

Art. 202
De speler moet zijn spelerskaart afgeven aan de schrijver in het lokaal waar de wedstrijd plaats heeft.

Art. 203
Wanneer een speler promoveert, krijgt hij via de secretaris van zijn club een nieuwe spelerskaart van de Bondssecretaris.

2.1.2. HET GEMIDDELDE EN DE HERZIENING

2.1.2.1. HET GEMIDDELDE

Art. 221
Het gemiddelde van een speler is de waarde-uitdrukking van deze speler, op een bepaald ogenblik en op biljartformaat 2.30.

Art. 222
Een speler start zijn seizoen in de K.N.L.B.B. aan het hoogst genoteerde gemiddelde dat hij/zij in de K.N.L.B.B. speelt, of volgens de vergelijkingstabel indien hij/zij in een andere bond speelt. ( zie ook Art. 281 en 276 )

2.1.2.2. BEREKENING VAN HET GEMIDDELDE

Art. 231
Men bekomt het gemiddelde van een speler door zijn totaal aantal gemaakte caramboles te delen door het totaal aantal gemaakte beurten. Voor het berekenen van deze gemiddelden worden alleen de telbare wedstrijden in aanmerking genomen, tenzij de bond het anders bepaalt. Men drijft de deling door tot drie cijfers na de komma, echter zonder af te ronden.

Art. 232
Men berekent afzonderlijk het gemiddelde voor:
1. De competitie.
2. De bekerwedstrijden vrij spel / kader en de individuele wedstrijden vrij spel / kader samen.
3. De bekerwedstrijden overband en de wedstrijden individueel overband samen.
4. Na 4 gespeelde wedstrijden in eenzelfde bekertornooi ( dit kan voor of na de finale zijn ).
Bij bekerwedstrijden ( na vier gespeelde wedstrijden ) : het behaalde gemiddelde wordt met één categorie vermindert.
Bijvoorbeeld: twee categorieën hoger uitkomen bij de telling betekent één categorie hoger spelen.

Art. 233
Een partij waarin een speler minder dan 50 % van zijn "te spelen gemiddelde" of bondsgemiddelde behaalt, komt tijdens het seizoen niet in aanmerking bij het berekenen van het gemiddelde, op het einde van het seizoen wel.

Art. 234
Het partijgemiddelde wordt berekend door de schrijver van het lokaal waar de partij plaats vindt. Dit partijgemiddelde dient op het officiële wedstrijdformulier ingevuld te worden. Voor de wedstrijden Vrij, Kader en Overband "TWEE" cijfers achter de komma, en voor Drieband "DRIE" cijfers achter de komma.

Art. 235

Bij een verkeerde ploegopstelling worden de gemaakte caramboles meegeteld voor het berekenen van het gemiddelde.

2.1.2.3. HERZIENINGEN

Art. 241
Het gemiddelde van alle spelers wordt ten minste driemaal per seizoen herzien. Voor de herzieningen komen telkens alle gespeelde geldige wedstrijden van het lopende seizoen in aanmerking. ( zie Art. 232 en 233 )

Art. 242
Wanneer een speler promoveert, is de secretaris van zijn club verantwoordelijk dat de betrokken speler onmiddellijk op de hoogte wordt gebracht.
De speler is verantwoordelijk, dat hij zijn nieuwe punten speelt vanaf de voorziene speeldag.

2.1.2.3.1. NIEUWE SPELERS

Art. 251
Een inschrijvingsformulier is voorzien voor het aangeven van een nieuwe speler. Het inschrijvingsformulier dient ingevuld en overgemaakt te worden aan het bondssecretariaat alvorens de nieuwe speler mag worden opgesteld.
Men kan slechts lid zijn van 1 ( één ) club van de K.N.L.B.B.

Art. 252
Men is geen nieuwe speler meer als de speler 4 partijen gespeeld heeft in de competitie ( zie Art. 255 en 264 ), of na twee opeenvolgende seizoenen lidmaatschap van de K.N.L.B.B.

Art. 253
De secretaris van de club geeft het gemiddelde op waaraan een nieuwe speler start. Wanneer dat gemiddelde merkelijk te laag of te hoog werd opgegeven, dan zal het geval door de Technische Commissie onderzocht en aangepast worden en eventueel worden overgemaakt aan de Sportcommissie.

Art. 254
Deze spelers krijgen na 4 telbare partijen in competitie Vrij/Kader automatisch een bondsgemiddelde. De clubsecretaris is verantwoordelijk voor de berekening ervan.Hij wordt niet gewaarschuwd door de Technische - en/of Bondssecretaris. Deze 4 partijen tellen mee voor alle latere tellingen.

Art. 255
Nieuwe spelers mogen niet deelnemen aan bekertornooien en individuele wedstrijden.

Art. 256

Het is verboden een nieuwe speler op te stellen vanaf de laatste 3 ( drie ) wedstrijden van de periode of het seizoen. Ingeval van overmacht zal een beslissing genomen worden door de Bondssecretaris, die deze beslissing zal motiveren bij de Beheerraad.


2.1.2.3.2. ANDERE SPELERS

Art. 261
Het gemiddelde wordt ten minste 3 maal per seizoen herzien.
Deze herzieningen worden doorgevoerd op beslissing van de Bondsvoorzitter, in overleg met de Technische Secretaris.

Art. 262
Het gemiddelde van een speler kan slechts herzien worden, wanneer hij ten minste 4 (vier) telbare wedstrijden heeft gespeeld in een bepaald onderdeel.

Art. 263
Wanneer een speler promoveert van vrij spel naar kader, of van kader 38/2 naar kader 57/2, dan wordt zijn gemiddelde (kader) automatisch herzien na 4 (vier) wedstrijden in competitie, individuele kampioenschappen en bekertornooien samen.

Art. 264
Spelers aan wie ten gevolge van hun eigen aanvraag, een vermindering van hun te spelen gemiddelde werd toegestaan, van 2 of meer categoriën, worden aanschouwd als nieuwe spelers. De Technische en/of de Sportcommissie heeft dan het recht, het te spelen gemiddelde van de betreffende spelers naar bevinding eventueel weer te verhogen. Deze aanvraag moet gericht worden aan de voorzitter van de Sportcommissie en moet gebeuren voor 01 juni. Indien de Sportcommissie een speler 2 of meer categorieën laat zakken, dan moet deze speler aanzien worden als een nieuwe speler. ( zie Art. 252, 254 en 255 )

2.1.2.4. PROMOVEREN TIJDENS HET SEIZOEN

Art. 271
Een speler promoveert wanneer hij bij een herziening het gemiddelde van een hogere categorie heeft bereikt.

Art. 272
Men kan tijdens het seizoen niet dalen naar een lagere categorie.

Art. 273
Een speler die in een andere Bond dan de K.N.L.B.B. speelt moet zijn te spelen punten van die andere Bond doorgeven aan de K.N.L.B.B. Indien deze speler promoveert in een andere Bond tijdens of na het seizoen moet hij deze nieuwe punten onmiddellijk doorgeven aan de secretaris van de K.N.L.B.B.

Art. 274
Een speler die bij een andere Biljartbond promoveert ( zie Art. 273 ) moet in de K.N.L.B.B. zijn nieuwe punten spelen vanaf de eerstvolgende kalenderdag ( speeldag in competitie ) en nadat de Bondssecretaris van de K.N.L.B.B. dit heeft doorgekregen. De Bondssecretaris maakt dan een nieuwe spelerskaart voor de betrokken speler ( kan pas vanaf de volgende speeldag in competitie ) en overhandigd deze via de secretaris van de betrokken speler.

Art. 275

Een speler die bij een andere Bond dan de K.V.B.B.L. promoveert, moet in de K.N.L.B.B. zijn nieuwe punten pas spelen na de eerstvolgende herziening in de K.N.L.B.B.

Art. 276

Een speler die vrijwillige promotie ( van één of meerdere categoriën ) wenst te verkrijgen, moet dit op voorhand doorgeven aan de Bondssecretaris ofwel moet hij dit op voorhand doorgeven aan de schrijver door apart op het wedstrijdblad te laten vermelden. De Bondssecretaris maakt dan een nieuwe spelerskaart. Men kan niet vrijwillig promoveren naar een andere discipline ( bv van vrij spel naar kader ).

2.1.2.5. HET GEMIDDELDE NA AFLOOP VAN HET SEIZOEN

Art. 281
Aan het einde van ieder seizoen is er steeds een herziening van het gemiddelde. Deze herziening bepaalt het eindgemiddelde. Men berekent het gemiddelde over alle geldige partijen. Men berekent afzonderlijk het gemiddelde voor:
1. De competitie vrijspel / kader.
2. De competitie drieband.
3. Alle geldige beker- en individuele wedstrijden vrijspel / kader samen.
4. Alle geldige beker- en de individuele wedstrijden overband samen.
Voor het berekenen van deze gemiddelden worden alle wedstrijden in aanmerking genomen, tenzij de bond het anders bepaalt.
Opmerking: Het hoogste van deze twee gemiddelden ( punt 1 en 3 ) is het eindgemiddelde.

Art. 282
Bij een verkeerde speleropstelling ( handicappunten ) worden de gemaakte caramboles meegeteld voor het berekenen van het gemiddelde.
Hetzelfde geldt voor de tegenstrever in de betreffende partij. De tegenstrever kan in beroep gaan bij de Sportcommissie.

Art. 283
Aan het einde van het seizoen kan men maximaal 1 ( één ) categorie degraderen, op voorwaarde dat het gespeelde eindgemiddelde lager is dan 85 % van het te spelen gemiddelde.
Om te kunnen degraderen moet men echter ten minste 4 ( vier ) telbare partijen tijdens het seizoen hebben gespeeld, óf in competitie óf in beker- en individuele tornooien samen. Het hoogste van deze twee gemiddelden in die disciplines waarin 4 geldige wedstrijden zijn gespeeld, primeert.

Art. 284

In de diciplines OVERBAND en DRIEBAND kan een speler niet lager dalen dan de punten in de vergelijkingstabel. Het te spelen aanvangsgemiddelde is bepaald door deze vergelijkingstabel en is gelinkt aan het te spelen gemiddelde vrij spel / kader ( zie Art. 310 )

Art. 285

Een speler kan enkel op eigen verzoek degraderen naar een lagere discipline. Voorbeeld: een speler die van 100 kader naar 180 vrij wenst te degraderen, moet dit op het einde van het seizoen bij de Sportcommissie aanvragen.

Art. 286
Categorie-indeling voor spelers die INACTIEF waren.
Men is inactief wanneer men gedurende een biljartseizoen geen enkele officiële wedstrijd gespeeld heeft in geen enkele bond of vereniging.
Gevolgen:
- Na 1 jaar inactiviteit: geen verlaging van categorie.
- Na 2 of 3 jaar inactiviteit: verlaging met 1 categorie.
- Na 4 jaar inactiviteit: verlaging met 2 categorieën.
- Na 5 jaar inactiviteit: men wordt beschouwd als nieuwe speler en de nieuwe handicappunten worden onder de verantwoordelijkheid van de clubsecretaris opgegeven.


2.1.3. CATEGORIEËN en HANDICAPPUNTEN

Art. 301
De handicappunten zijn de caramboles die een speler in een partij moet maken om deze te winnen of om gelijk te spelen.

Art. 302
De handicappunten komen overeen met bepaalde categorieën.
Elke categorie beantwoordt aan een bepaald gemiddelde, berekend op biljartformaat 2.30 en op 20 beurten.

Art. 303
Categorieën
Indelingen en overeenstemmende gemiddelden, zie tabellen 2.1.4 

Art. 305
Wanneer een speler promoveert in Vrij Spel of Kader ( ofwel door een herziening van de gemiddelden, ofwel door vrijwillige promotie ), dan worden zijn punten in de disciplines Overband en Drieband aangepast volgens de vergelijkingstabel.

Art. 306
Bij een herziening van de gemiddelden in de disciplines Overband en Drieband kan een speler NIET lager dalen dan de overeenstemmende categorie Vrij spel of Kader,  zie vergelijkingstabel in Art. 310.

Art. 307
Elke speler mag ongelimiteerd geforceerd spelen zonder te promoveren. Men kan enkel geforceerd spelen in de eigen dicipline.

 

2.1.4 TABELLEN

Tabellenpag132016

Tabellenpag142016

 

              Vergelijkingstabel   K.N.L.B.B.   -    K.V.B.B.L.

    * OVERBAND

 PUNTEN   VRIJ  /  KADER OVERBAND  NA HERZIENING
Vrij    
23 14 14
26 16 14
29 - 32 18 16
35 - 38 20 18
41 - 44 23 20
48 - 54 - 60 26 23
66 - 72 - 80 30 26
92 - 104 - 116 35 30
132 - 148 - 164 - 180 40 35
     
Kader  38/2    
100 - 115 - 130 45 40
145 - 160 - 180 51 45
200 - 230 - 260 58 51
300 - 350 - 400 66 58
     
Kader  57/2    
250 75 66
300 85 75
350 - hoger 100 85
     
    * DRIEBAND    
     
PUNTEN   VRIJ  /  KADER DRIEBAND NA  HERZIENING
Vrij    
23  t/m  38 12 12
41  t/m  66  14 12
72  t/m  116  16 14
132  t/m  180 18 16
     
Kader  38/2    
100 - 130 20 18
145 - 180 23 20
200 - 260 26 23
300 - 400 29 26
     
Kader 57/2    
250 - 400 29 26
     
Kader 38/1    
250 - 400 29 26
     
Kader 57/1    
250 - 400 29 26
     

                                                   KNLBB reglement, herziene editie 2017-2018                                          - 15 -

 

 

Vergelijkingstabel vanaf seizoen 2017 2018
 

 

 

Tabellenpag172016

Tabellenpagina182016

Tabellenpag192016

 

                






 


2.2. DE KAMPIOENSCHAPPEN

2.2.1. ALGEMEEN

Art. 311
Onder kampioenschappen wordt verstaan: een reeks van wedstrijden ingericht door de K.N.L.B.B.

2.2.2. DE COMPETITIE

2.2.2.1. INRICHTING

Art. 321
De competitie zal plaats hebben gedurende de winterperiode en
wordt ingericht door de bond. Het is een collectief spel, d.w.z. men speelt in ploegen, die ingedeeld zijn in meerdere afdelingen.

Art. 322
Wijze van spelen, puntensysteem, minimum te spelen categorie per afdeling en kalender zullen jaarlijks aan de hand van actuele gegevens, door de Technische en Scheidsrechterscommissie verstrekt, besloten worden door de Algemene Vergadering en meegedeeld aan de aangesloten clubs.

2.2.2.2. INSCHRIJVING

Art. 331
Elke club schrijft ten minste 1 ( één ) ploeg in voor deze competitie. In speciale gevallen mag een club hooguit 1 ( één ) jaar inactief blijven.
Nadien wordt ze beschouwd als een nieuwe club.

Art. 332
Clubs met 25 ( of minder ) leden mogen maximaal 4 ploegen inschrijven in maximaal 4 afdelingen, met dien verstande dat er voor elke ploeg voldoende spelers voorhanden zijn.

Art. 333
Clubs met méér dan 25 leden mogen in alle afdelingen een ploeg inschrijven ( maximum 6 ploegen ), met dien verstande dat er voor elke ploeg voldoende spelers voorhanden zijn.

Art. 334
Vóór de aanvang van de jaarlijkse competitie zal elke club van de bondssecretaris een formulier ontvangen, waarop dient te worden aangeduid.
- Het lokaal van de club, met adres, telefoonnummer en sluitingsdag(en).
- De voorzitter van de club, met telefoonnummer.
- De ondervoorzitter van de club, met telefoonnummer.
- De secretaris van de club, met adres en telefoonnummer.
- Het aantal ploegen dat deelneemt aan de competitie, alsmede de afdelingen waarin elke ploeg wenst te spelen.
- Alle bestuursleden van de club doorgeven (zij komen niet in het kalenderboekje). Dit is nodig in verband met de beker der verstandhouding.
Dit formulier dient aan de bondssecretaris te worden teruggestuurd vóór 10 juni. De Technische Commissie kan ploegen weigeren, veranderen of toevoegen in de verschillende afdelingen.

Art. 335
Uitzonderingen op de Artikelen 332 - 333 zullen worden onderzocht door de Technische Commissie, die haar beslissing bij de Beheerraad zal motiveren.

Art. 336

Elke speler mag ongelimiteerd geforceerd spelen zonder te promoveren. Men kan enkel geforceerd spelen in de eigen dicipline.

2.2.2.3. KALENDER

2.2.2.3.1. OPSTELLING

Art. 341
De kalender wordt opgesteld door de Bondssecretaris. De opstelling gebeurt volgens de indeling van de afdelingen op advies van de Technische Commissie.
Een afdeling mag uit maximaal 16 ploegen bestaan en een ploeg mag uit maximaal 4 spelers bestaan. Er wordt rekening gehouden met: de sterkte der spelers volgens het te spelen gemiddelde, de afdelingen door de clubs opgegeven en in de mate van het mogelijke de voorkeurdagen door de clubs opgegeven. De Technische Commissie onderzoekt deze mogelijkheden.

Art. 342
Er wordt niet gespeeld tijdens de weekends van Karnaval en Pasen.
Er wordt geen competitie gespeeld wanneer er een individuele finale plaats vindt in een lokaal van de K.N.L.B.B.
Er wordt niet gespeeld wanneer een wettelijke feestdag op een vrijdag, zaterdag of zondag valt.

Art. 343
Spelen met twee ploegen in één afdeling is toegelaten ( met inachtneming van Artikelen 332 en 333 ). Beide ploegen spelen dan de eerste wedstrijd van de heen ronde en de eerste wedstrijd van de terugronde tegen elkaar. Tijdens elk van beide wedstrijden van de heen- en terugronde kan de bond een afgevaardigde sturen ter controle. De B-ploeg speelt op zondag indien de kalender dit noodzaakt.

2.2.2.3.2. KALENDERDAG, SPEELDATUM EN UUR, WIJZIGINGEN

Art. 351
Een kalenderdag is de periode gaande van vrijdag tot en met de daarop volgende zondag. Alle wedstrijden door de competitiekalender gepland in deze periode behoren tot dezelfde kalenderdag.

Art. 352
Eenzelfde speler mag maximaal 3 competitiewedstrijden spelen, binnen de periode van eenzelfde kalenderdag, maar in verschillende ploegen en niet op dezelfde datum.

Art. 353
De wedstrijden beginnen om 19.30 u. Een vertraging van meer dan 30 minuten, zowel voor de bezoekers als voor de bezochten, kan forfait tot gevolg hebben. Vanaf het ogenblik dat er meer dan 30 minuten oponthoud is tussen twee opeenvolgende partijen, kan men eveneens forfait aanvragen.

Art. 354
In geval van overmacht kan de voorzitter, op voorstel van de Bondssecretaris, beslissen om al de wedstrijden van de kalenderdag uit te stellen en te verschuiven naar onbezette dagen van de kalender, dit om het regelmatige verloop van de competitie niet te schaden.

Art. 355
Bij forfait in competitiewedstrijden zal een boete opgelegd worden van 5 € per forfaitgevende speler.

Art. 356
In de laatste 3 (drie) competitiewedstrijden van elke ronde mag er geen forfait gegeven worden, deze wedstrij­den moeten worden gespeeld.

Art. 357
Het vervroegen van een wedstrijd of partij zonder verwittigen van de Bondssecretaris is enkel toegelaten wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De wedstrijden van de laatste drie kalenderdagen mogen in geen geval worden vervroegd of uitgesteld, maar moeten op de vastgestelde datum gespeeld worden.
- De wedstrijd of partij mag slechts 4 dagen vervroegd worden vanaf de vastgestelde kalen­derdag, d.w.z. op de maandag, de dinsdag, de woensdag of de donderdag die eraan vooraf­gaan.
- Over de veranderde datum moeten de betrokken ploegen zelf een onderling akkoord maken.
- Men maakt melding van deze verandering in het beknopt verslag.

Art. 358
Het uitstellen van een wedstrijd of een partij tot na de kalenderdag is niet toegelaten zonder toestemming van de Bondssecretaris.
Indien een wedstrijd / speeldag moet uitgesteld worden, dan verwittigt de betrokken club:
- De Bondssecretaris, die dan de nodige beslissing neemt, indien nodig in overleg met de voorzitter van de K.N.L.B.B..
- De tegenstrever(s).

2.2.2.4. PUNTENSYSTEEM en RANGSCHIKKING

Art. 361
Het puntensysteem wordt bij de aanvang van het seizoen bekend gemaakt.

Art. 362
De wedstrijdpunten van een ploeg worden bekomen door de partijpunten van elke speler van de ploeg samen te tellen. Aan de hand van deze wedstrijdpunten wordt de rangschikking per afdeling opgemaakt.

Art. 363
De partijpunten van een speler worden bekomen door de optelling van de matchpunten, de eventuele punten voor het spelen binnen het gemiddelde en de eventuele punten voor het spelen van een bijzondere prestatie.
Men bekomt 2 partijpunten wanneer men de wedstrijd wint. Men bekomt 1 punt wanneer men gelijk speelt.
Men bekomt 2 punten wanneer men zijn te spelen gemiddelde behaalt.
Men bekomt 1 extrapunt wanneer men een bijzondere prestatie speelt, d.w.z. het dubbel van zijn gemiddelde in maximaal 10 beurten.


Art. 364

Een wedstrijd duurt nooit langer dan 40 beurten ( vrij / kader ), en 50 beurten ( drieband ), altijd met gelijke beurten, en wie dan het beste proportionele gemiddelde heeft, krijgt de wedstrijdpunten ( zie art. 363 )

 

2.2.2.5. PRIJZEN

Art. 371
Aan de eerste twee geklasseerde van elke afdeling wordt een schaal of beker toegekend.

 


2.2.3. DE INDIVIDUELE KAMPIOENSCHAPPEN

2.2.3.1. INRICHTING

Art. 381
Het individueel kampioenschap wordt ingericht door de K.N.L.B.B.. Het is een individueel spel, d.w.z. een speler komt uit in één bepaalde reeks tegenover ongeveer dezelfde geklasseerde spelers.

Art. 382
Wijze van spelen, puntensysteem en reeksindeling zullen jaarlijks aan de hand van actuele gegevens door de Technische en Scheidsrechterscommissie worden uitgewerkt.

Art. 383

Indien er wanpraktijken worden vastgesteld bij individuele wedstrijden ( bv. herhaaldelijk niet tijdig aanwezig, wedstrijden verplaatsen zonder de Technische Secretaris te verwittigen, nooit bereikbaar zijn, van slechte wil zijn, op eigen initiatief de wedstrijden verplaatsen naar een ander lokaal, enz.... ) kan de Technische Commissie een sanctie opleggen. ( bv. één jaar niet mogen deelnemen aan individuele wedstrijden, ... )

Art. 384

Voor een speler die zonder ernstige reden en / of tijdige verwittiging forfait geeft, gelden volgende sancties: 1) een boete van 25 euro ---  2) een schorsing voor elk individueel kampioenschap van het lopende seizoen plus voor het het individuele kampioenschap van de daarop volgende 2 seizoenen.

Art. 385

In geval van een forfait bij individuele kampioenschappen worden volgende forfaitpunten toegekend: 4 - 0  voor al zijn forfait wedstrijden. De gespeelde wedstrijden tellen wel mee voor de herzieningen.

Art. 386

Om afwezigheden te vermijden, dienen de spelers en het lokaal de volgende regeling in acht te nemen: 1) de eerste partij begint normaal om 19 u 30 --- 2) elke speler dient ten laatste om 20 u 00 aanwezig te zijn. Wie onmogelijk op dat uur aanwezig kan zijn ( bv. door werkgelegenheid ), moet vooraf de verantwoordelijke van de inrichtende club en de T.S. daarvan op de hoogte brengen.--- 3) Afwezigheid om een niet ernstige reden heeft niettemin steeds de in Art. 384 genoemde sancties tot gevolg. Wie zich voor een individueel kampioenschap inschrijft, dient er dan ook zeker van te zijn dat hij kan meespelen.

Art. 387

Elke club met 15 leden of meer is verplicht om individuele wedstrijden in te richten. Voor alle clubs telt de regel : niet inrichten = niet deelnemen.                                                                                       

2.2.3.2. INSCHRIJVING EN FINANCIEN

Art. 391
Elk lid van de K.N.L.B.B. is vrij zich in te schrijven ( uitzonderingen zie Art. 252 en 255 ).

Art. 392
De clubsecretaris is verantwoordelijk voor de inschrijving van zijn spelers.
Hij verstuurt het daartoe bestemde formulier naar de Tecnisch Secretaris en dit vóór een gestelde datum.

Art. 393
Het inschrijvingsgeld per speler wordt bepaald door de Algemene Vergadering en komt volledig ten goede aan de bondskas.

Art. 394
Bij elke inschrijving kan men bepaalde voorkeurdagen opgeven, waarmee de Technische Secretaris in de mate van het mogelijke zal rekening houden.

2.2.3.3. REEKSINDELING EN PROMOVEREN

Art. 401
Het individueel kampioenschap wordt gespeeld over bepaalde reeksen, waarin meerdere categorieën of handicappunten kunnen worden opgenomen.
Over deze reeksindeling beslist de Technische - en Scheidsrechterscommissie.

Art. 402
Elke reeks wordt gespeeld over één voorronde en één finaleronde.

Art. 403
Gedurende een individueel kampioenschap kan men niet van afdeling veranderen.

Art. 404
Wanneer in de loop van een individueel kampioenschap een periodieke herziening plaats vindt, dient een promoverende speler onmiddellijk (d.w.z. na officiële berichtgeving) zijn nieuwe punten te spelen, zonder echter van afdeling te veranderen. Dat geldt voor elke discipline.

2.2.3.4. PUNTENSYSTEEM EN KLASSEMENT

Art. 411
Het puntensysteem wordt bepaald door de Technische- en Scheidsrechterscommissie.

Art. 412
Te behalen wedstrijdpunten in de voorrondes van het individueel Vrij Spel/Kader, Overband en Drieband:
- 2 punten voor gewonnen partij.
- 1 punt voor gelijk spel.
- 2 punten voor het behalen van het te spelen gemiddelde.

Art. 413
De spelers worden als volgt gerangschikt:
1. Het totaal aantal behaalde wedstrijdpunten.
2. Het aantal gewonnen wedstrijden.
3. Het gespeelde percentage t.o.v. het persoonlijk gemiddelde.

Art. 414
Spelers van eenzelfde club die samen in dezelfde poule zitten en tegen elkaar moeten spelen, moeten dan ( indien mogelijk ) de eerste wedstrijd onderling tegen elkaar spelen, dit om onregelmatigheden te voorkomen.

Art. 416
Per afdeling zijn er individuele prijzen voorzien.

Art. 417
Een kaderspeler zal wedstrijden in de Individuele Kampioenschappen altijd aan 100 % van zijn te spelen punten spelen.

Art. 418
In de voorronden van alle individuele kampioenschappen wordt er gespeeld met nabeurt, de nabeurt is altijd met opzetten, in de halve finales en de finales wordt er gespeeld zonder nabeurt.

 


2.3. BEKERTORNOOIEN

2.3.1. BEPALING

Art. 421
Een bekertornooi wordt gespeeld tussen meer dan twee ploegen van drie spelers ( bij Overband: vier spelers ) met rechtstreekse uitschakeling van de tegenstrever, door middel van achtervolging.

Art. 422
Aan een tornooi is steeds een trofee of beker verbonden. Men maakt onderscheid tussen de trofee, die voor altijd in het bezit blijft van de winnaar, en de wisseltrofee.

Art. 423
Een bekertornooi zal steeds in één zelfde seizoen worden uitgespeeld.

Art. 424
Men maakt onderscheid tussen tornooien ingericht door de bond en tornooien ingericht door een club.

2.3.2. TORNOOIEN, INGERICHT DOOR DE BOND

Art. 431
Alleen de bond heeft het recht een tornooi in te richten waaraan een WISSELBEKER is verbon­den. Een wisselbeker wordt jaarlijks opnieuw uitgespeeld. Hij wordt definitief eigendom van een club, wanneer deze club driemaal winnaar is geworden van dit tornooi.

Art. 432
Speelwijze, kalender, puntensysteem, minimum te maken punten en prijzen worden door de Techni­sche en Scheidsrechterscommissie voorgesteld.

Art. 433
Het reglement van de wisselbeker van de K.N.L.B.B. is als bijlage bijgevoegd.


2.3.3. TORNOOIEN, INGERICHT DOOR DE CLUBS

Art. 441
Aan een bekertornooi is steeds een definitieve beker verbonden. Een club mag dus geen wisselbeker inrichten.

Art. 442
Vanaf het seizoen 1998-1999 worden de Bekertornooien georganiseerd in samenwerking met de Limburgse Biljartbond. Vanaf het seizoen 2009-2010 worden de bekertornooien georganiseerd in samenwerking met de V.B.B.L..  Elke biljartbond speelt volgens zijn eigen reglementen.

2.3.3.1. INRICHTING EN DEELNAME

Art. 451
De clubs die een bekertornooi inrichten, worden aangeduid via een beurtrol. In uitzonderlijke omstandigheden kan deze beurtrol worden aangepast: 1) ten gevolge van een gegronde aanvraag, 2) door de Technische Commissie.

Art. 452
De verschillende bekertornooien van de K.N.L.B.B. in samenwerking met de VBBL. Om een voldoende spreiding over het seizoen te bekomen zijn de aanvangsdata als volgt vastgesteld:

Nr Soort Aanvang
1  Kleine Beker 1 2de week oktober
2  Grote Beker 3 of Overbandbeker 2de week oktober
3  Grote Beker 1 2de week oktober
4  Kleine Beker 2 2de week januari
5  Grote Beker 2 2de week januari
6  Overbandbeker 2de week januari
7  Bondsbeker 1ste week februari
8  Beker der Verstandhouding 1ste week april

 

Art. 453
Op deze tornooien dienen de clubs van de K.N.L.B.B., K.L.B.B. en die van de V.B.B.L. te worden uitgenodigd.
De uitnodigingen en de kalender van de beker moeten, waar het de clubs van de K.N.L.B.B. betreft, naar de clubsecretaris worden gestuurd.
Waar het de clubs van de K.L.B.B. en de VBBL betreft, moeten ze naar de clubafgevaardigden worden gestuurd.

Art. 454
De inrichtende club mag zelf NIET aan haar eigen bekertornooi deelnemen.

Art. 455
Indien er tijdens een tornooi een officiële klacht wordt ingediend, dan zal de Bond waar het tornooi doorgaat deze klacht behandelen.

2.3.3.2. INSCHRIJVING

Art. 461
De clubs die een tornooi inrichten, zullen een formulier ontvangen met instructies waar zij zich aan dienen te houden. Dit formulier is ook terug te vinden op de website van de K.N.L.B.B.

Art. 462
De club die een tornooi inricht stuurt een uitnodiging naar alle clubs van de K.N.L.B.B., de K.L.B.B., de V.B.B.L., en naar de voltallige Beheerraad van de K.N.L.B.B.     Deze uitnodiging moet de volgende punten bevatten:
- De datum waarop het tornooi begint.
- De datum waarop de inschrijving wordt afgesloten.
- De trekking en de kalenderopstelling.
- De adressen van het lokaal en van de briefwisseling.
- De prijzen en het inschrijvingsgeld.
- De aard van het tornooi ( grote, kleine, ploegen- of overbandbeker )
- Het minimumaantal spelers met de te spelen punten.
- Het aanvangsuur van de wedstrijden.
- Het aantal ploegen dat de aangeschreven club wenst in te schrijven, en in sommige gevallen of de kopman een vrijspel- of kaderspeler is.

2.3.3.3. INSCHRIJVINGEN en PRIJZEN

Art. 471
De club die een beker inricht, moet een bepaald bedrag, door de Algemene Vergadering vastgesteld, afstaan aan de bond.
Momenteel bedraagt dit 50 euro (beslissing Beheerraad augustus 2001).

Art. 472
Het inschrijvingsgeld bedraagt momenteel 10 euro per ploeg.

Art. 473
De inschrijvingen voor tornooien gebeuren schriftelijk of per e-mail. Vanaf de inschrijving is het inschrijvings­geld verplicht, ook al zou men nadien van deelname afzien. Mondelinge afspraken zijn niet bindend.

Art. 474
Bij FORFAIT dient een boete van 20 euro betaald te worden. Het inschrijfgeld en deze boete moeten in dit geval aan de organiserende club betaald worden via de respectievelijke bonden. Bij de V.B.B.L. is de boete bepaald op 70 euro.

Art. 475
De finale voor de 1ste en 2de plaatsen wordt gespeeld tussen de twee laatst overblijvende ploegen. Het is niet verplicht om voor de 3de en 4de plaats te spelen.

Art. 476
Een bekerfinale wordt altijd gespeeld door twee ploegen van twee verschillende clubs. Om tot dit resultaat te komen moet men de kalender, tijdens het tornooi, alleszins aanpassen als volgt:
- Meer dan vier ploegen van eenzelfde club: tegen elkaar in de 1/8 finale.
- Meer dan twee ploegen van eenzelfde club: tegen elkaar in de 1/4 finale.
- Twee ploegen van eenzelfde club: tegen elkaar in de 1/2 finale.

Art. 477
De winnende ploeg ontvangt de beker of trofee, die haar eigendom blijft. De waarde van de trofee moet minimaal 60 euro bedragen.

Art. 478
De finalisten krijgen elk een persoonlijke prijs. Geldprijzen en waardebonnen zijn NIET toegestaan.

Art. 479
De totale prijzenwaarde bij een bekerfinale ( ploegtrofee + individuele prijzen ) moet minimaal 250 euro bedragen.

2.3.3.4. GEMIDDELDE en HERZIENING

Art. 481
Elke speler mag ongelimiteerd geforceerd spelen, zonder te promoveren. Men kan enkel geforceerd spelen in de eigen discipline.

Art. 482
Indien, door herziening, het gemiddelde in de loop van het tornooi verandert, zal de speler zijn nieuwe gemiddelde spelen vanaf de datum waarop het nieuwe gemiddelde ingaat. Deze datum wordt schriftelijk aan elke clubafgevaardigde kenbaar gemaakt.
Indien een speler promoveert van vrij spel naar kader, mag hij in hetzelfde tornooi verder spelen, maar dan wel aan zijn nieuwe te maken punten.
Uitzonderingen op deze regel kunnen worden aangevraagd bij de Sportcommissie, maar enkel en alleen voor de Wisselbeker van de K.N.L.B.B.


2.3.3.5. MINIMUM TE MAKEN CARAMBOLES en SPEELWIJZE

Art. 491
Een ploeg is maar volledig en de wedstrijd is dus slechts geldig wanneer 3 spelers ( bij overband 4 spelers ) hun partijen spelen.

Art. 492
Er wordt gespeeld tussen 2 ploegen met rechtstreekse uitschakeling van de tegenstrever, door middel van achtervolging met ongelijke beurten. Na elke wedstrijd worden de ballen opnieuw in de aanvangspositie geplaatst.
De volgende speler van de leidende club gaat met de opstoot verder en dit met de bal die zijn ploeg bij de aanvang van de wedstrijden heeft bekomen.

Art. 493
Kopman kaderspelers spelen altijd eerst tot uitputting tegen elkaar, d.w.z. totdat er maar één meer overblijft. Hetzelfde geldt voor kopman vrijspel spelers. ( uitgezon- derd de ploegenbeker )

Art. 494
De wedstrijden kunnen nooit worden geleid door leden van de deelnemende club.

Art. 495
Spelers van een uitgeschakelde ploeg mogen niet meer heropgesteld worden. Minimum 1 speler van de eerst opgegeven ploeg moet behouden blijven. De vervangen spelers mogen in de ploeg worden heropgesteld. Spelers mogen niet overgaan van de ene ploeg naar de andere.

Art. 496
Spelers die in dezelfde ploeg evenveel punten spelen, mogen willekeurig worden opgesteld.

Art. 497
Spelers die op dezelfde dag als de finale een competitiewedstrijd te spelen hebben, moeten deze competitiewedstrijd in de mate van het mogelijke vervroegen. De tegenstrever is verplicht op de vervroeging in te gaan.
Wanneer een speler in twee verschillende bekerwedstrijden moet spelen, zal de bekerwedstrijd van de beker die het laatst gestart is, worden uitgesteld of vervroegd.

Art. 498
Enkel de finale mag gespeeld worden op een vrijdag, een zaterdag of een zondag. De andere wedstrijden hebben altijd plaats op de andere weekdagen.

Art. 499
Het minimum aantal te maken caramboles is als volgt samengesteld:

GROTE BEKERS:
1e speler: minimum 23 punten
2e speler: minimum 44 punten
3e speler: minimum 92 punten vrij of 100 kader

KLEINE BEKERS:
1e speler: minimum 23 punten
2e speler: minimum 26 punten
3e speler: minimum 48 punten en maximum 80 punten

OVERBAND:
1e speler: min. 14 punten
2e speler: min. 16 punten
3e speler: min. 20 punten
4e speler: min. 30 punten

DRIEBAND:
1e speler: min. 12 punten
2e speler: min. 16 punten

3e speler: min. 20 punten

PLOEGENBEKER :

Kopman LAAG Kopman HOOG    
1e speler : min. 23 punten 1e speler : min. 23 punten    
2e speler : min. 29 punten 2e speler : min. 35 punten    
3e speler : min. 54 punten, max. 80 punten 3e speler : min. 92 punten    

Bij de ploegenbeker wordt bij de kopman "Hoog" kader- en vrijspel spelers niet opgesplitst. 

Art. 500
De speler met de laagste handicappunten begint altijd in de wedstrijd.

Art. 501
Er wordt geëist dat er drie wedstrijden per week kunnen gespeeld worden. Zoniet kan de toekenning van het tornooi geweigerd worden.
Wel mag de normale sluitingsdag van het lokaal gebruikt worden om vrije dagen te vormen in de kalender, waarop uitgestelde wedstrijden kunnen worden gespeeld.

Art. 502
Het aanvangsuur is 19.30 uur. De vooropgestelde wachttijd bedraagt 30 minuten. Indien deze verstreken is, wint de aanwezige ploeg met forfait. Tussen twee partijen is ook een maximumwachttijd van 30 minuten voorzien.
Indien aan een van deze beide voorwaarden niet voldaan is, wint de aanwezige ploeg met forfait.

Art. 503
De kalender van de K.N.L.B.B. voorziet op bepaalde dagen competitiewedstrijden, individuele finales of prijsuitreikingen. Het is de clubs niet toegelaten op deze data zaken te organiseren die de bondsactiviteiten zouden schaden.

Art. 504
Wanneer in een tornooi de scheidsrechter het laatste punt goedkeurt, heeft de betrokken speler de partij gewonnen, ook indien naderhand zou blijken dat op het opschrijfbord een fout gemaakt is.

Art. 505 

Een speler mag maximum 5 minuten inspelen vóór aanvang van de wedstrijd. Tijdens bekerwedstrijden is het de bedoeling dat een speler die moet opzetten als laatste mag inspelen. De scheidsrechter moet op deze regel toezicht houden.



2.3.3.6. HET BEKNOPT VERSLAG

Art. 511
De beknopte verslagen moeten worden ingevuld zoals voor de competitiewedstrijden. De inrichten­de club is echter verantwoordelijk voor de juistheid van het verslag. De inrichtende club is verplicht naar de Bondssecretaris een beknopt verslag te sturen.

Art. 512
De club verstuurt éénmaal per week alle verslagen van de wedstrijden die in de voorbije week gespeeld werden naar de Bonds­secretaris. Deze uitslagen moeten ten laatste op dinsdagmorgen toekomen.

Art. 513

Bij het invullen van het beknopt verslag controleert de schrijver de juistheid van de opstelling der ploegen. Een verkeerde opstelling wordt gelijkgesteld met een forfait en heeft de uitschakeling van de ploeg tot gevolg. Eventueel kan de inrichtende club beboet worden. De Biljart Bond waar het tornooi door gaat, bepaalt de boete.

 

 

 


2.4. SANCTIES

Art. 531
De Sportcommissie lost de geschillen op aangaande de spelreglementen. Zij bepaalt de toe te passen sancties.

Art. 532
Er worden sancties genomen in de volgende gevallen:
1 Op de Algemene Vergadering afwezig zijn zonder geldige reden.
2 Forfait in wedstrijden.
3 Verkeerd invullen of vervalsen van documenten.
4 Te Iaat aan het bondssecretariaat overmaken van de resultaten van de competitie- of bekerwed­strijden, dit geldt voor de wedstrijden van de K.N.L.B.B. en die van de bonden waarmee een akkoord is gesloten.
5 Opstellen van niet aangesloten spelers.
6 Niet tijdig betalen van de bijdragen.
7 Reglement overtredingen of daden die de bond kunnen schaden.
8 NIET SPELEN in officieel clubtenue MET BONDSEMBLEEM.
9 Wangedrag van een speler.
10 Geen voorrang geven aan wedstrijden van de K.N.L.B.B. door spelers die in twee bonden spelen, het niet voor 1 juni naar de Bondssecretaris opsturen van de in een andere bond behaalde wedstrijdgegevens in het afgelopen speelseizoen.
11 De niet-uitvoering van een uitspraak gedaan door de Sportcommissie of een Beroepscom­missie.

Art. 533
De volgende sancties kunnen worden toegepast:
1  Uitsluiting.
2  Schorsing, gaande van één wedstrijd tot één jaar.
3  Vermindering van punten.
4  Opmerking of berisping.
5  Geldboetes ( moeten door de Bondssecretaris worden toegepast ):
    a. Afwezig van de Algemene Vergadering: 5,00 euro.
    b. Niet tijdig insturen van wedstrijdbladen: 5,00 euro.
    c. Gebruik van verkeerd nummer voor de speler op de samenvatting: 2,50 euro ( enkel voor de thuisploeg / inrichtende club ).
    d. Foutief invullen van het wedstrijdblad. Voor beide clubs 2,50 euro ( met uitzondering van Art. 533 punt c ).
    e. Vervalsing van de samenvatting: 25,00 euro plus schorsing of uitsluiting.
    f.  Niet aan de bondssecretaris van de K.N.L.B.B. melden dat een speler ook in een andere biljartbond speelt: 10,00 euro.
    g. NIET GESPEELD IN VOORGESCHREVEN KLEDIJ: 5,00 euro
    h. PUNT "g" NIET DOORGEGEVEN: 2,50 euro.
    i.  Forfait ( in Competitie ): per speler 5,00 euro.
    j.  Bij Forfait van een bekerwedstrijd dient een boete van 20,00 euro betaald te worden. Het inschrijvingsgeld en de boete moeten in dit geval aan de organiserende     club betaald worden via respectievelijke bonden. Bij de V.B.B.L. is de boete bepaald op 70,00 euro.
    k. Opstellen van niet-aangesloten speler: 12,50 euro plus verlies van de wedstrijdpunten.
    l.  Geen voorrang geven aan spelen in de K.N.L.B.B. 1ste keer: 25,00 euro; 2de keer: verlies van toelating om in de andere bond te spelen.

   m. TWEE competitiewedstrijden spelen op één avond, of méér dan "3 competitiewedstrijden"  op dezelfde kalenderdag: 5,00 euro ( zie Art. 352 )

    n. Lokaal niet in orde ( bv. geen opschrijfbord ): 5,00 euro

    o. Niet na leven van de richtlijnen in art. 461: 15,00 euro

    p. Het opschrijfbord niet gebruiken: 10,00 euro

 
3. WEDSTRIJD- en SCHEIDSRECHTERSREGLEMENT

3.1. WEDSTRIJDREGLEMENT

3.1.1. ALGEMENE BENODIGDHEDEN

Art. 541
Het biljart moet in goede staat zijn en het formaat 2,30 m x 1,15 m hebben. De omlijsting moet voorzien zijn van ingelegde witte merktekens (afstandtekens), die op onderling gelijke afstand moeten geplaatst zijn ( 1/8 van de lengte en ¼ van de breedte van het speelvlak. Het is toegelaten dat ertussen deze merktekens een fabrieksmerk aangebracht is.

Art. 542 Indien er in één lokaal twee biljarts staan, zal men rekening houden met het volgende:
- Vóór de aanvang van het seizoen zal de betrokken club bij de bond biljart 1 en biljart 2 aanduiden.
- Indien op hetzelfde ogenblik wedstrijden zouden plaats hebben op beide biljarts, dan zal de hogere afdeling spelen op biljart 1.

Art. 543
Het biljart moet voldoende verlicht en verwarmd zijn. De onderzijde van de verlichtingsarmatuur moet ten minste 80 cm boven het speelvlak komen. De lichtsterkte boven het speelvlak moet overal ten minste 520 Lux bedragen.

Art. 544
Er moeten aanwezig zijn:
- een rechthoekige driehoek met rechthoekszijden van 210 mm;
- een rechthoekig kader met zijde 383 mm;
- een rechthoekig kader met zijde 575 mm.
De bovengenoemde kaders mogen uit één geheel bestaan.

Art. 545 Speelballen
De biljartballen moeten rond, zuiver en goed te onderscheiden zijn. Een stel ballen bestaat uit: één rode en twee witte ballen. Eén van de twee witte ballen is gemerkt door twee onuitwisbare merktekens, één aan elk der uiteinde van één middellijn van de bal. De gemerkte bal mag vervangen worden door een geel gekleurde bal. Het gebruik van gestipte ballen is niet toegelaten bij officiële wedstrijden ( wel voor oefenwedstrijden en demonstratiewedstrijden ingericht door de club ). De voorgeschreven diameter van de ballen is tussen de 61 en 62 mm. Het gewicht van de ballen moet minimaal 200 gram en maximaal 240 gram bedragen. Het verschil in gewicht in een stel ballen onderling mag maximaal één gram bedragen.

Acquitpunten:
- De acquitpunten worden aangebracht met een balpen, inkt of viltstift, bij middel van een kruisje of een stip. Het zijn de punten op het biljartlaken waarop de ballen worden geplaatst door de scheidsrechter, overeenkomstig de spelreglementen.
- Er zijn vijf acquitpunten.
* Benedenacquit: gelegen op de kruising van de middellijn en de lijn getrokken op ¼ van de afstand bepaald door de lengte van het speelvlak: de afstootlijn.
* Linkeracquit: gelegen op de afstootlijn, links naast het benedenacquit, op een afstand van 15,5cm.
* Rechteracquit: gelegen op de afstootlijn, rechts naast het benedenacquit, op een afstand van 15,5 cm.
* Middenacquit: gelegen op het middenpunt van de lengteas van het speelvlak.
* Bovenacquit: gelegen op ¼ van de lengteas van het speelvlak, dichtst bij de bovenste band.

Art. 546
Tijdens de wedstrijd zullen er altijd twee blokjes biljartkrijt ter beschikking van de spelers liggen. Liefst niet op de rand van het biljart, maar op de dichtst bijzijnde tafel.

Art. 547
Op het opschrijfbord ( dit moet aanwezig zijn ) moet het volgende kunnen genoteerd worden:
- De opstelling van de ploegen. ( de naam en de te maken punten )
- Bij elke beurt: de gemaakte punten en het totaal van elke speler.
- Een overzicht van de gespeelde partijen.

Art. 548
Er moet eveneens een schuurblokje ter beschikking zijn van elke speler die erom vraagt.

Art. 549
KEU : de keu is een ronde stok, al dan niet uitneembaar in verschillende delen, samengesteld uit eender welk materiaal en aan één uiteinde voorzien van een pomerans. De lengte van een biljartkeu mag maximaal 160 cm bedragen. Lange biljartkeu, schraag, hulpstuk en verlengstuk zijn niet toegelaten.
Spelers die een afwijking op dit artikel wensen te bekomen omwille van ziekte of lichamelijke handicap, moeten die toestemming zelf bij de Sportcommissie aanvragen en dit vóór 01 juni.

3.1.2. OPSTELLING van de PLOEGEN, AANVANGSUUR en WACHTTIJD

Art. 552
Vóór de aanvang van de eerste wedstrijd zal de afgevaardigde van elke ploeg de opstelling van zijn ploeg op het bord laten schrijven, met de naam en de te maken caramboles van elke speler. De afgevaardigden van beide ploegen zijn verantwoordelijk voor de correctheid van de ploegenopstelling.

Art. 553
Indien een speler van de aangekondigde ploeg niet komt opdagen,kan hijvervangen worden door een andere speler, dit binnen de voorzienewachttijd.
Ineen bekerwedstrijd is dit NIET toegestaan. Na de bekendmaking van deploeg op het opschrijfbord kan er geen vervanging meer gebeuren.

Art. 554
Ineen bekerwedstrijd begint de laagst geklasseerde speler altijd eerst. In de competitie gebeurt ditnormalerwijze ook zo. Indien echter de laagst geklasseerde speler nog niet aanwezig is, of er is een onderling akkoord, dan mag de volgordevan de wedstrijden gewijzigd worden.

Art. 555
De wedstrijden beginnen om 19.30 uur, zowel in competitie als inbekerverband, tenzij in een bekertornooi uitdrukkelijk een anderaanvangsuur is vermeld.

Art. 556
Een vertraging van meer dan 30 minuten, zowel voor de bezoekers als voor de thuisspelers, kan forfait tot gevolg hebben. Vanaf het ogenblik dus, dater meer dan 30 minuten oponthoud is tussen twee opeenvolgende partijen, kan de aanwezige speler forfait aanvragen.

3.1.3. HET VERLOOP VAN DE PARTIJ

Art. 561
In alle wedstrijden heeft de thuisspeler de gele bal. De thuisploeg of thuisspeler is die ploeg of speler die aan de linkerzijde op de kalender staat.

Art. 562
De scheidsrechter controleert of het opschrijfbord volledig en juist is ingevuld.

Art. 563
De scheidsrechter zet de twee speelballen op voor het trekken naar de band. De speelballen worden ter hoogte en langs weerszijden van de aanvangspunten (onderkant van de tafel ) gelegd. De scheidsrechter telt af ( 3…2…1 ). Op 1 stoten beide spelers gelijktijdig af. De spelers spelen gelijktijdig en rechtstreeks hun bal tegen de korte band aan de bovenkant van de tafel. De speler wiens bal het dichtst bij de korte band aan de onderkant van de tafel tot stilstand komt, heeft de keuze van het vertrek. Indien de twee ballen even ver van de korte band tot stilstand komen, herneemt men de stoot.

Art. 564
De partij begint als de scheidsrechter de ballen op de aanvangspunten legt:
- De rode bal op het uiterste aanvangspunt. ( bovenkant van de tafel );
- De bal van de tegenstrever op het andere uiterste aanvangspunt ( benedenkant van de tafel en op het middelste van de drie punten )
- De speelbal naar keuze links of rechts van de bal van de tegenstrever op een der twee andere aanvangspunten.
De opstoot is slechts geldig wanneer éérst en rechtstreeks de rode bal geraakt wordt en daarna de bal van de tegenstrever.

Art. 565
Een carambole is geldig wanneer de speelbal in aanraking is geweest met de bal van de tegenstrever én de rode bal én dit volgens de voorwaarden van de speelwijze én op voorwaarde dat er geen fout gebeurd is.

Art. 566
De scheidsrechter telt luidop de caramboles en kijkt of deze genoteerd worden op het opschrijfbord.

Art. 567
De scheidsrechter kondigt met luide stem aan "En nog vijf", "en nog vier”, enz. Hij sluit de partij af met de aankondiging: "Match". In de speelwijze Drieband kondigt hij aan "En nog drie", "en nog twee", “en nog één".

Art. 568
Na de partij ondertekenen beide spelers en de scheidsrechter het wedstrijdverslag. Na het ondertekenen door de spelers mogen geen opmerkingen meer op het wedstrijdverslag geschreven worden. De opmerkingen moeten geschreven worden alvorens de spelers ondertekenen.

3.1.4. SPEELWIJZEN

3.1.4.1. SPEELWIJZE VRIJ SPEL

Art. 571
In de speelwijze “Vrij Spel” mag de speler achtereenvolgens en in de loop van éénzelfde reeks een onbeperkt aantal caramboles maken en dit over heel de oppervlakte van het biljart, behalve in de afgetekende driehoeken.

Art. 572
In de ruimte van deze driehoeken mag slechts één carambole gemaakt worden. Bij het tweede punt moet minstens één van de ballen waarmee niet gespeeld wordt, uit de driehoek gespeeld worden. Dit geval mag zich telkens herhalen.

3.1.4.2. SPEELWIJZE KADERSPEL

Art. 581
Langs elke zijde van het biljart 2.30 wordt een kaderlijn getrokken met de voorziene rechthoek op 38,3 cm of 57,5 cm van de band ( naargelang van de speelwijze 38/2, 57/2 en 38/1 ).

Art. 582
Een speler mag niet meer dan één carambole maken in éénzelfde vak. Bij de tweede carambole moeten óf de bal van de tegenstrever óf de rode bal óf beide ballen het vak verlaten hebben.

Art. 583
Eén der ballen óf beide ballen mogen, nadat ze uit vak gespeeld zijn, onmiddellijk in hetzelfde vak terugkeren. De speler krijgt dan het recht opnieuw in dit vak te caramboleren.

3.1.4.3. SPEELWIJZE OVERBAND

Art 591
In de speelwijze OVERBAND moet de speelbal ten minste 1 band geraakt hebben alvorens de carambole te voleindigen, d.w.z. alvorens de derde bal te raken.

Art 592

In de speelwijze OVERBAND telt "Entree", "Dedans" en A cheval" niet.

3.1.4.4. SPEELWIJZE DRIEBAND

Art. 596
In de speelwijze “Drieband” moet de speelbal ten minste drie banden geraakt hebben alvorens de carambole te beëindigen, d.w.z. alvorens de derde bal te raken.

Art. 597

In de speelwijze DRIEBAND telt "Entree", "Dedans" en "A cheval" niet.

 

 

 


3.2. SCHEIDSRECHTERSREGLEMENT

3.2.1. DE SCHEIDSRECHTER

3.2.1.1. WIE TREEDT OP ALS SCHEIDSRECHTER?

Art. 601
Elk lid van de K.N.L.B.B. mag een partij arbitreren, mits hij op de hoogte is van de reglementen van de K.N.L.B.B. en bekwaam is deze toe te passen.

Art. 602
Een officieel scheidsrechter geniet altijd de voorkeur en kan, indien hij aanwezig is, door gelijk welke club gevraagd worden, op voorwaarde dat aan artikelen 603 en 604 is voldaan.

Art. 603
Een officieel of een niet-officieel scheidsrechter mag nooit een finale wedstrijd leiden waarin een clubgenoot van hem meespeelt.

Art. 604 DE OFFICIËLE SCHEIDSRECHTER
1. Elk lid van de K.N.L.B.B. kan officieel scheidsrechter worden. Hiervoor moet hij een proef door de Technische- en Scheidsrechterscommissie vastgesteld, afleggen en erin slagen. Hij krijgt dan een officiële scheidsrechterskaart, die hem toelaat alle partijen te leiden. Zie ook Art 602.
2. Elke club met minder dan 20 leden zal ten minste l officiële scheidsrechter moeten hebben. Voor clubs met meer dan 20 leden is dat 2 scheidsrechters.
3. Finalewedstrijden moeten geleid worden door een officiële scheidsrechter.

Art. 605 REGELING SCHEIDSRECHTERS VOOR DE VERSCHILLENDE PARTIJEN
# COMPETITIE : de wedstrijden worden geleid door een scheidsrechter van de thuisploeg. 

# INDIVIDUELE WEDSTRIJDEN : de wedstrijden worden geleid door een scheidsrechter van die club waar de individuele wedstrijden door gaan.

# BEKERWEDSTRIJDEN : deze partijen mogen in geen geval geleid worden door een scheidsrechter die tevens lid is van de club waartoe een der beide spelers behoord.   Bij voorkeur worden de partijen geleid door de inrichtende club.



3.2.1.2. RECHTEN en PLICHTEN VAN DE SCHEIDSRECHTER

Art. 611
Scheidsrechters die finale wedstrijden leiden, moeten het officiële vest met embleem dragen.

Art. 612
Indien een scheidsrechter gedurende een partij het lokaal moet verlaten, kan hij zich door een andere scheidsrechter laten vervangen Het is zelfs wenselijk dat hij dit laatste doet voor een partij die langer dan een uur duurt. Hij zal dit enkel doen bij het overgaan van de beurt.

Art. 613
De scheidsrechter zal de reglementen toepassen, de gemaakte punten luidop tellen, kortom een beslissing nemen over elk punt.

Art. 614
In de afgebakende driehoek en in de vakken bij het kaderspel duidt de scheidsrechter met klare stem de stand der ballen aan met "Entree", “Dedans" en “A cheval" slechts indien nodig. ( zie Art. 582 )  1) Entree : als de 2 aan te spelen ballen in één vak komen.  2) Dedans : na het maken van één punt in het vak en één of beide ballen dit vak niet hebben verlaten.  3) A Cheval : de 2 aan te spelen ballen liggen niet in één vak. De aan te spelen ballen liggen net buiten het vak, elk aan één zijde van de lijn.  4) Restée Dedans : indien na "Dedans" één van de 2 of beide ballen het vak niet hebben verlaten.  5) Ballen midden op de lijn : ballen die juist midden op de afbakeningslijn liggen van de hoek of van een vak bij kaderspel, worden altijd in het nadeel van de speler geteld.

Art. 615
Wanneer een speler aan de scheidsrechter vraagt om de ballen ( of één bal ) te reinigen, moet de scheidsrechter de schaduwlijn van de bal met een wit potlood aftekenen. Enkel de scheidsrechter mag dit doen, en hij zal er zorg voor dragen dat, voordat hij de bal(len) weg neemt, de plaats waar zij zich bevonden goed aangeduid werd. Hulpstukken mogen hiervoor niet gebruikt worden en zijn dus niet toegelaten. De scheidsrechter verzekert zich ervan dat bij het hernemen de speler opnieuw zijn eigen bal neemt.

Art. 616
De scheidsrechter kan op elk ogenblik de partij stopzetten, wanneer hij zulks nodig acht. De onderbreking mag echter niet langer dan 5 minuten duren. Bij meerdere onderbrekingen kan de partij best worden overgespeeld. Na elke onderbreking zal de scheidsrechter een teken geven dat de partij mag hervat worden.

Art. 617
De scheidsrechter heeft de bevoegdheid om de partij te schorsen en dit om de volgende redenen:
- Storend gedrag van spelers of toeschouwers, dat een normaal verloop van de partij niet toelaat.
- Omwille van de onbespeelbaarheid van het biljart.
- In geval van heirkracht.

Art. 618
Het is de scheidsrechter verboden aan de spelers aanduidingen te geven over de manier waarop een punt dient gespeeld te worden door zijn gelaatsuitdrukking, zijn houding, het verplaatsen van krijt, zijn standplaats, enz.

Art. 619
Het is de scheidsrechter formeel verboden de speler erop attent te maken dat hij een fout GAAT begaan. Het is hem eveneens verboden de speelbal aan te duiden, zelfs op verzoek van de speler. De speler mag wel vragen welke de gele bal is en de scheidsrechter moet deze aanduiden.

Art. 620
De scheidsrechter zal ervoor zorgen dat de spelers van de partij zich onberispelijk en sportief gedragen en dat zij zich onthouden van alles wat de tegenstrever zou kunnen hinderen. Hij zal tevens zijn best doen om te verhinderen dat het publiek de partij beïnvloedt.

Art. 621
Als er een fout op het opschrijfbord wordt vastgesteld voordat het laatste punt gemaakt is, moet de partij onmiddellijk worden stilgelegd en moet de fout eerst verbeterd worden. Wanneer de scheidsrechter na aankondiging het laatste punt heeft geteld, dan wordt de betrokken speler geacht zijn aantal handicappunten te hebben behaald, ook al zou naderhand blijken dat er een fout op het opschrijfbord gemaakt is en deze fout niet te verbeteren valt. De speler heeft in dat geval de partij beëindigd en zijn handicappunten behaald.

Art. 622
Na afloop van de partij controleert de scheidsrechter het wedstrijdverslag, laat de twee spelers ondertekenen en ondertekent zelf.

3.2.1.3. SPECIALE GEVALLEN BIJ DE ARBITRAGE

Art. 631
Een carambole is geldig wanneer er volgens de speelwijze geen fout is gebeurd en de drie ballen stil liggen.

Art. 632 In de volgende gevallen begaat de speler een fout, is het punt ongeldig en gaat de beurt over naar de tegenstrever:
1. Wanneer de speler met de verkeerde bal speelt. ALLEEN DE SCHRIJVER EN DE TEGENSPELER MOGEN DE SCHEIDSRECHTER DAAROP ATTENT MAKEN.
2. Wanneer in de positie "dedans" ten minste 1 van de ballen waarmee niet gespeeld wordt, de hoek af het vak (bij kaderspel) niet verlaten heeft. Dit wordt aangekondigd met de woorden "restée dedans".
3. Wanneer bij vastliggende ballen men eerst de bal raakt die tegen de speelbal ligt. Zie ook Art 634.
4. Wanneer men om welke reden ook een bal raakt met de hand, een kledingstuk, krijt of gelijk ander voorwerp. Er is geen fout wanneer dit gebeurt door toedoen van een derde. De scheidsrechter zal de ballen zo goed mogelijk terug leggen en de speler mag opnieuw spelen.
5. Wanneer men op het ogenblik van de afstoot niet met ten minste 1 voet de grond raakt.
6. Wanneer men merkbare tekens aanbrengt op het biljart.
7. Wanneer men een bal raakt met dat deel van de keu waarmee men normaal niet stoot.
8. Wanneer één of meerdere ballen uit het biljart springen. Opgelet: de HOUTEN rand behoort NIET tot het speelveld.
9. Wanneer men de bal raakt met de pomerans en daarna doorspeelt, dus 2 stoten na elkaar doet.
10. Wanneer men doorstoot.
11. Wanneer men speelt vóórdat de ballen stil liggen. De scheidsrechter zal de tegenstrever slechts aan de beurt laten wanneer de ballen stil liggen. In al deze gevallen - behalve in het geval van punt 8 - worden de ballen NIET in de aanvangspositie geplaatst. De tegenstrever gaat gewoon verder met het spel.

Art. 633
1. Als een scheidsrechter ten onrechte een punt heeft goedgekeurd, heeft hij het recht om op zijn beslissing terug te komen, op voorwaarde echter dat de speler het volgende punt nog niet heeft gespeeld.
2. Als een speler een fout maakt en verder speelt voordat de scheidsrechter de mogelijkheid of de tijd heeft de fout aan te kondigen en bijgevolg de speler te beletten verder te spelen, moet de scheidsrechter handelen alsof de schuldige speler de beurt overgelaten heeft. De scheidsrechter zal de ballen zo juist mogelijk terugplaatsen daar waar ze lagen als de fout gemaakt werd.
3. Als na het missen van een caramboles of het maken van een fout, de speler die de beurt overlaat één of meerdere ballen aanraakt of verplaatst, en de scheidsrechter oordeelt dat er opzet is, zal de scheidsrechter de ballen zo dicht mogelijk terugleggen waar ze normaal moesten liggen. In geen enkel geval kan de scheidsrechter voor een onjuiste plaatsing van de ballen aansprakelijk gesteld worden.
4. Als de scheidsrechter bij een beurtwisseling of tijdens een reeks bemerkt dat de speler niet met zijn speelbal speelt, gaat de beurt onmiddellijk over, de ballen blijven op de ingenomen plaatsen liggen, en de tegenstrever herneemt zijn speelbal. Het aantal caramboles geteld voor het opmerken van de fout, blijven aan de speler toegekend.

Art. 634
Men stoot door:
- Wanneer de pomerans de speelbal nog raakt, terwijl deze laatste reeds de andere bal of de band raakt.
- Wanneer men eerst op de band speelt waartegen de speelbal vast ligt.

Art. 635

VASTLIGGENDE en UITSPRINGENDE ballen

Bij controle of de speelbal vastligt tegen een der andere ballen, mag de scheidsrechter NIET aan het biljart (laken of meubel) komen. In geval van betwisting hebben de schrijver en de speler het recht zich van de situatie te vergewissen. De SCHEIDSRECHTER BESLIST ECHTER UITEINDELIJK en deze beslissing is onherroepelijk.

3.2.1.4. SPEELWIJZEN VRIJ SPEL, KADER EN OVERBAND

3.2.1.4.1. VASTLIGGENDE BALLEN

Art. 641
Bij vastliggende ballen heeft de speler de volgende keuzes:
- De 3 ballen opnieuw in de aanvangspositie te laten plaatsen en te spelen zoals de aanvangsstoot, dus eerst en rechtstreeks van rood.
- Op de niet-vastliggende bal of de band te spelen.
- Een losse kopstoot - massée détachée te spelen, op voorwaarde de vastliggende bal niet te raken. In dit geval mag de speler het eerst de vastliggende bal caramboleren, er is geen fout gebeurd, als de vastliggende bal beweegt alleen door het feit dat hij het steunpunt verliest dat de speelbal hem gaf.

3.2.1.4.2. UITSPRINGENDE BALLEN

Art. 642
Wanneer in deze speelwijzen één of meer ballen uit het biljart springen (of de HOUTEN rand raken) worden de ballen opnieuw in de aanvangspositie geplaatst en moet de aanvangsstoot worden gespeeld, dus eerst en rechtstreeks van rood. De beurt gaat over naar de tegenstrever.

3.2.1.5. SPEELWIJZE DRIEBAND

3.2.1.5.1. VASTLIGGENDE BALLEN

Art.646
Bij vastliggende ballen heeft de speler dezelfde keuze als in de andere speelwijzen, behalve opnieuw opzetten. Hier worden ALLEEN DE VASTLIGGENDE BALLEN geplaatst op de volgende punten:
- De rode bal op zijn aanvangspunt aan de bovenkant van het biljart.
- De bal van de SPELER die GAAT SPELEN op het centrale aanvangspunt van de vertrekpunten aan de onderkant van het biljart.
- De bal van de tegenstrever op het middelpunt van het biljart.
- Indien het aanvangspunt, overeenstemmend met dit van de op te zetten bal, bezet is, zal de bal geplaatst worden op het aanvangspunt van de bal die het terugplaatsen verhindert.

3.2.1.5.2. UITSPRINGENDE BALLEN

Art.647
Wanneer in deze speelwijze één of méér ballen uit het biljart springen (of de HOUTEN rand raken), is er een fout gemaakt en gaat de beurt over naar de tegenstrever. ENKEL DE UITGESPRONGEN BAL(LEN) word(t)(en) op het (de) aanvangspunt(en) geplaatst zoals aangegeven is bij VASTLIGGENDE BALLEN.

3.2.2. RECHTEN en PLICHTEN VAN DE SPELERS

Art. 661
In alle wedstrijden is het dragen van het bondsembleem verplicht.

Art. 662
Een speler mag zich gedurende een partij verwijderen, echter niet langer dan 5 minuten Hij zal de scheidsrechter van zijn afwezigheid verwittigen.

Art. 663
De speler die niet aan de beurt is, mag zijn tegenstrever niet hinderen. Hij gaat bij voorkeur op een stoel zitten.

Art. 664
De speler heeft geen enkele inspraak in een scheidsrechterlijke beslissing.

Art. 665
De speler heeft wel het recht om bij vastliggende ballen het oordeel van de schrijver in te roepen.

Art. 666
Als een speler met de verkeerde bal speelt zonder dat de scheidsrechter het opmerkt, mag de tegenspeler de scheidsrechter daarop attent maken.

Art. 667
De speler wiens bal bij het trekken naar de korte band het dichtst bij de korte band tot stilstand komt, mag bij het begin van de partij kiezen voor de opstoot of niet.

Art. 668
De speler mag de scheidsrechter niet vragen welke zijn speelbal is en deze laatste mag dat evenmin zeggen. Wel mag de speler vragen naar de gele bal en de scheidsrechter moet die aanwijzen.

Art. 669
Een speler mag maximum 5 ( vijf ) minuten inspelen vóór de aanvang van de wedstrijd. Bij bekerwedstrijden is het de bedoeling, dat de speler die moet opzetten als laatste mag inspelen. De scheidsrechter moet op deze regel toezicht houden.

Art. 670

Een speler die van de Sportcommissie een afwijking heeft verkregen op Art. 549, moet tijdens officiële wedstrijden, deze toelating altijd bij zich hebben en op verzoek kunnen tonen.

3.2.3. RECHTEN en PLICHTEN VAN DE SCHRIJVER

Art. 671
Vóór de aanvang van de wedstrijden vult de schrijver op het bord de opstelling van de ploegen in. Voor elke speler noteert hij tevens de handicappunten. Hij zal er ook duidelijk op aanduiden wie met de getekende bal speelt.

Art. 672
Na elke beurt vult de schrijver, duidelijk leesbaar, het aantal gemaakte caramboles in. Indien er geen carambole gemaakt werd, zal hij dit aanduiden door een korte horizontale streep. Na elke beurt wordt het totaal van de gemaakte caramboles ingevuld.

Art. 673
Na afloop van de partij vult de schrijver op de daarvoor voorziene ruimte op het opschrijfbord voor elke speler het volgende in:
- Het aantal gemaakte caramboles.
- Het aantal beurten.
- Het aantal partijpunten.
Hij vult het wedstrijdverslag verder aan. Hetzelfde doet hij op het beknopt verslag.

Art. 674
De schrijver herinnert de scheidsrechter en beide spelers eraan het wedstrijdverslag te komen ondertekenen.

Art. 675
Na afloop van de wedstrijd vult de schrijver alle spelersboekjes en het beknopt verslag in. Hij zal ervoor zorgen dat het beknopt verslag ondertekend wordt door hemzelf en de afgevaardigden van beide ploegen, en dit met LIDNUMMER en HANDTEKENING.

Art. 676
Hij overhandigt de bezoekende ploeg een afschrift van het beknopt verslag en geeft tevens de spelersboekjes terug.

Art. 677
Het beknopt verslag MOET op de dinsdag volgend op de betreffende kalenderdag op het bondssecretariaat toekomen, alsook de beknopte verslagen van de tornooiwedstrijden gespeeld in de week ervoor.

Art. 678
IN GEVAL VAN BETWISTING HEEFT HET OPSCHRIJFBORD ALTIJD VOORRANG OP HET WEDSTRIJDVERSLAG.

Art. 679
DE SCHRIJVER MAG DE SCHEIDSRECHTER WIJZEN OP HET MAKEN VAN EEN EVENTUELE VERGISSING.

Art. 680

Het partijgemiddelde wordt berekend door de schrijver van het lokaal waar de partij plaats vindt, en dit dient op het officiële wedstrijdformulier ingevuld te worden. Voor de wedstrijden Vrij, Kader en Overband "TWEE" cijfers achter de komma, en voor drieband "DRIE" cijfers achter de komma.

 

 

 


BIJLAGE I
WISSELBEKER VAN DE K.N.L.B.B.
REGLEMENT


1. De wisselbeker K.N.L.B.B. wordt jaarlijks uitgespeeld onder de clubs van de K.N.L.B.B. De wedstrijden vangen aan bij het begin van februari.

2. Nieuwe spelers mogen in dit bekertornooi meespelen, mits zij in de competitie ten minste 4 (vier) wedstrijden hebben gespeeld.

3. Er zal gespeeld worden met ploegen van drie spelers aan de volgende te spelen punten: 80-44-23. Kopmankader en kopmanvrij worden niet gesplitst.

4. Alle clubs van de K.N.L.B.B. mogen inschrijven, ook de inrichtende club. De clubs die niet over een speler van 80 of meer beschikken, zullen 1 ploeg mogen inschrijven (kopman minimaal 54). Een speler moet zichzelf eerst promoveren naar 48 punten. Als de kopman van die ploeg minder dan 80 punten speelt, moet hij 1 (één) categorie geforceerd spelen . Een speler die 48 punten speelt moet dan 54 punten spelen. Een speler die 54 punten speelt moet dan 60 punten spelen. Een speler die 60 punten speelt moet dan 66 punten spelen. Een speler die 66 punten speelt moet dan 72 punten spelen. Een speler die 72 punten speelt moet dan 80 punten spelen.       Voorbeeld : een speler die 44 punten of minder speelt, moet zichzelf eerst promoveren naar 48 punten, en dan moet hij één categorie geforceerd spelen >>> dus deze speler moet 54 punten spelen.

5. Bij de aanvang van het tornooi zal de trofee in bet lokaal van de inrichtende club tentoongesteld worden. De voorzitter van de inrichtende club neemt de trofee over van de club die de trofee in haar bezit heeft. Hij zal daarbij de in Punt 6 uiteengezette regels in acht nemen.

6. De trofee is een zeer waardevol en kunstzinnig juweel. De K.N.L.B.B. zal een plaket laten maken waarop de namen van de winnende clubs staan. Dit plaket zal aan bet voetstuk van de trofee bevestigd worden.

7. De wisselbeker zal door de voorzitter van de K.N.L.B.B. overhandigd worden aan de voorzitter van de winnende club. Dit zal gebeuren op de avond van de finale, na aanwijzing van de winnaar. De voorzitter en bet clubbestuur dragen de volle verantwoordelijkheid voor de goede bewaring van bet juweel. Bij eventuele beschadiging of verlies zal de trofee ten laste van de bewarende club worden hersteld of vervangen. De club die het tornooi driemaal wint, na elkaar of niet, wordt definitief eigenaar van de trofee.

8. Ter gelegenheid van het tornooi mag door de inrichtende club een tombola gehouden warden. De opbrengst van die tombola komt volledig ten goede aan de inrichtende club. De inrichtende club draagt de volledige kosten van het tornooi (administratie, receptie, enz.).

9. Een herdenking voor de bekerfinalisten zal door de K.N.L.B.B. aangekocht worden. Er wordt niet gespeeld voor de derde en de vierde plaats. De spelers die de derde en de vierde plaatsen behalen, krijgen een herinneringsmedaille.

10. Het inschrijvingsgeld komt volledig ten goede aan de inrichtende club (wijziging juni 1999 met terugwerkende kracht voor het seizoen 1998-1999). Het bedraagt 10 € per ploeg.

11. Voor de inrichting van de wisselbeker kan worden ingestoken op een Algemene Vergadering in augustus. De minimum in te steken som bedraagt 50,00 euro. Bij niet-toekenning kan de Wisselbeker worden ingericht door de K.N.L.B.B.

12. Enkel clubs aangesloten bij de K.N.L.B.B. mogen insteken voor de inrichting van dit tornooi.

13. Elke afwijking van dit reglement ( Wisselbeker van de K.N.L.B.B. ) moet op voorhand aan de Beheerraad aangevraagd worden.



BIJLAGE II
BEKER VAN DE VERSTANDHOUDING VAN DE K.N.L.B.B.
REGLEMENT


Deze beker wordt ingericht na de competitie, de finale van het individuele kampioenschap Drie­band en de finale van de Wisselbeker van de K.N.L.B.B
Alle clubs, aangesloten bij de K.N.L.B.B., moeten eraan deelnemen met een ploeg bestaande uit drie bestuursleden, liefst de voorzitter, de ondervoorzitter en de secretaris.
Er zal gespeeld warden in drie disciplines, te weten Vrij Spel of Kader, Overband en Drieband. De voorzitters duiden vóór de aanvang van de wedstrijden de discipline aan die elk van hun spelers zal spelen. Het is toegelaten dat de spelers van discipline verwisselen in de volgende ronde, met dien verstande dat er steeds een speler Vrij Spel of Kader, een speler Overband en een speler Drieband zullen zijn.
Er zal steeds begonnen worden met Drieband, dan volgt Overband en er wordt geëindigd met Vrij Spel of Kader.
Er wordt gespeeld volgens het systeem ACHTERVOLGING, zoals in de bekertornooien, met ophalen van punten door de volgende speler(s).
De driebanddiscipline wordt gespeeld op maximum 40 beurten, met nabeurt en met opzetten. Indien beide spelers hun te spelen punten niet behaald hebben, wordt de winnaar aangewezen na berekening van het gespeelde gemiddelde. Indien dit alles gelijk is dienen de twee volgende spelers opnieuw te tossen voor de opzet (zie art 563), maar de ploeg die begonnen is met de opzet, blijft de getekende bal behouden. In dit geval dienen beide spelers de punten in overband op te halen.

INRICHTING en INSCHRIJVING
De inrichtende club dient voor de inrichting 50,00 euro aan de bond te betalen. Het inschrijvingsgeld bedraagt 10 € per deelnemende ploeg en komt ten goede aan de inrichtende club.

PRIJZEN
Er mag een tombola zijn. Aan de winnende ploeg wordt een beker geschonken. Die beker komt ten koste van de bond. De zes finalisten zullen een persoonlijk prijs ontvangen van ongeveer 20,00 euro ( trofee, prijs in natura ), geschonken door de inrichtende club. Geldprijzen en waardebonnen zijn NIET toegelaten.
Bij de inschrijving dienen het lidnummer en de naam van de spelers te worden opgegeven.

 

Editie reglement herzien door de Technische Commissie K.N.L.B.B., september 2015

 

 
       
       
       
 
 

Onze sponsors

vetro

Vetro BVBA
Rozenlaan 11
3960 Bree

 

 

Biljardin logo

Biljardin
Turnhoutsebaan 69
2390 Oostmalle
+32 (0) 475/90 90 66

 

 

AWS logo


Verhuur van minibussen & bestelwagens
Stationsstraat 3
3990 Peer
+32 (0) 11/73 57 57

 

 

TSB logo

TS Boekhouders

Nagel & Beautygroothandel Kappersgroothandel Golden Rose Belgie Smartphone herstellen bree Sitetech Computers Bree